ECLI:NL:RBDHA:2017:15798
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige arbeid langdurig ingezetene
Eiser, een Pakistaanse langdurig ingezetene in Griekenland, vroeg op 14 oktober 2016 een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk zelfstandig werkzaam was als kok en slager. In bezwaar leverde eiser aanvullende stukken aan, waaronder een Kamer van Koophandel-uittreksel, facturen, offertes en een portfolio.
De rechtbank oordeelde dat het zelfstandige karakter van de arbeid ontbrak. De werkzaamheden bij het restaurant en het bedrijf vonden plaats onder een gezagsverhouding, met vaste uren en betaling per uur, zonder ondernemingsrisico of eigen bedrijfsmiddelen. De overeenkomsten van opdracht werden in de praktijk als arbeidsovereenkomsten uitgevoerd. De rechtbank verwierp ook het standpunt van eiser dat hij niet gehoord was in bezwaar, omdat het bestuursorgaan op grond van de Awb mocht afzien van horen gezien de voorspelbare uitkomst.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds was beslist. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.