ECLI:NL:RVS:2014:2803
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling identiteit vreemdeling en afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 25 februari 2013 het verzoek van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, omdat de twijfel over de identiteit van de vreemdeling terecht was gegrond op verklaringen tijdens het gehoor en het ontbreken van aanvullend bewijs.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de identiteit van de vreemdeling, mede vanwege onduidelijkheden over geboorteregistraties en het gebruik van meerdere identiteiten. Tevens was het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd volgens artikel 7:3 Awb Pro. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.