ECLI:NL:RBDHA:2017:16125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op vaststelling staatloosheid bij asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de registratie van zijn nationaliteit als onbekend in zijn asielvergunning en wenst als staatloos te worden erkend. De rechtbank beoordeelt of eiser procesbelang heeft bij dit beroep, waarbij vaste jurisprudentie vereist dat het resultaat van het beroep feitelijke betekenis moet hebben voor de betrokkene.
Eiser verwees naar eerdere uitspraken waarin staatloosheid leidde tot een gunstigere rechtspositie, zoals een eerdere naturalisatie. Verweerder stelde dat eiser geen procesbelang heeft en dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank constateert dat een procedure tot vaststelling van staatloosheid in Nederland ontbreekt en dat de asielprocedure primair gericht is op internationale bescherming, welke met de vergunning is bereikt.
De rechtbank oordeelt dat de registratie 'staatloos' geen directe extra rechten oplevert en dat toekomstige naturalisatie een speculatieve aanspraak is. Daarnaast is vaststelling van staatloosheid een zaak voor het college van burgemeester en wethouders volgens de Wet basisregistratie personen. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang heeft bij de vaststelling van zijn staatloosheid binnen de asielprocedure.