ECLI:NL:RBDHA:2017:4212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling nationaliteit staatlozen in asielprocedure
Eisers, Palestijnse vluchtelingen en staatloos van afkomst, kregen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend. Zij stelden beroep in tegen de vaststelling door verweerder dat hun nationaliteit onbekend zou zijn, terwijl zij bewijs overlegden van hun staatloosheid en registratie bij de UNHCR.
De rechtbank oordeelt dat het doel van de asielprocedure is het verkrijgen van internationale bescherming, wat eisers reeds is toegekend. Er is geen sprake van een direct gunstiger rechtspositie door een formele vaststelling van staatloosheid in deze procedure. De vaststelling van staatloosheid is geen zelfstandige toets binnen de asielprocedure maar een taak van het college van burgemeester en wethouders op grond van de Wet BRP.
Hoewel de werkwijze van verweerder bij de beoordeling van de nationaliteit en staatloosheid bevreemdt en in de praktijk tot problemen leidt, acht de rechtbank dit juridisch onaantastbaar. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang bij de vaststelling van hun nationaliteit in de asielprocedure.