ECLI:NL:RVS:2014:693
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belang en toetsing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gekregen bij besluit van 30 januari 2013. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij het beroep. De vreemdeling stelde echter dat zij wel belang had vanwege een eerdere ingangsdatum van de vergunning, wat relevant is voor toekomstige naturalisatie.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling wel degelijk belang heeft bij toetsing van de ingangsdatum van de vergunning, omdat deze datum bepalend is voor het verkrijgen van het Nederlanderschap. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad van State heeft vervolgens het besluit van de staatssecretaris getoetst en geoordeeld dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van een vervolgaanvraag, ondanks haar omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot verlening van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.