ECLI:NL:RBDHA:2017:16269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Hij stelde dat hij na een geleidelijk proces, mede ingegeven door een miraculeuze gebeurtenis, passief tot het christendom was bekeerd en daardoor risico liep op vervolging.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bekering en de daarmee samenhangende problemen niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel na een uitgebreide beoordeling van het asielrelaas, de inconsistenties in de verklaringen van eiser en het ontbreken van overtuigende bewijsstukken.
De rechtbank oordeelde dat de bekering niet louter passief was, maar dat er sprake was van een bewuste keuze, waardoor de toegepaste gedragslijn van de staatssecretaris passend was. Tevens vond de rechtbank dat eiser onvoldoende concrete en samenhangende informatie kon geven over zijn geloofsontwikkeling en de omstandigheden van de huiskerkbijeenkomsten.
Verder werd geoordeeld dat de gestelde problemen na de bekering, zoals de inval in de boomgaard en de woning, niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank concludeerde dat eiser geen vluchteling was in de zin van het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Iran. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.