ECLI:NL:RVS:2013:762
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek geloofsovertuiging
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 11 april 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 13 mei 2013 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar geloofsovertuiging, met name het onderscheid tussen haar activiteiten als christen en het feit dat zij christen is. De staatssecretaris hanteert een vaste gedragslijn waarbij vragen worden gesteld over bekering, geloofspraktijken en persoonlijke betekenis van het geloof, maar deze was niet toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht de ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de activiteiten had vastgesteld, maar dat de staatssecretaris niet had onderzocht of de bekering zelf geloofwaardig was. Dit was een schending van de zorgvuldigheid. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en de zaak terugverwezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de geloofsovertuiging.