Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
320 uur ad € 110,-= € 35.200,-
Korting van 4 dagen: 32 uur ad € 110,-= € 3.520,-
Offertebedrag aldus 35.200 - 3.520 = € 31.680,- excl. BTW.
Rechtbank Den Haag
De gemeente Den Haag had een opdracht verstrekt aan eiser voor inzet van twee projectleiders voor een cloudproject, met een offerte waarin het aantal uren en tarieven waren vastgelegd. De werkzaamheden begonnen op 5 april 2017. De gemeente bevestigde de opdracht, maar beëindigde deze per direct op 8 mei 2017 wegens onvoldoende vertrouwen in voltooiing.
Eiser vorderde betaling van nog openstaande uren na beëindiging, stellende dat de gemeente onrechtmatig had opgezegd en hij recht had op volledige betaling. De gemeente verweerde zich met verwijzing naar de toepasselijke algemene inkoopvoorwaarden en de mogelijkheid tot opzegging volgens artikel 7:408 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente bevoegd was de opdracht op te zeggen en dat eiser slechts recht had op betaling van daadwerkelijk gewerkte uren. De factuur over mei was onvoldoende gespecificeerd en de gemeente betwistte de verrichte uren. Het spoedeisend belang en de aannemelijkheid van de vordering waren onvoldoende, zodat de vordering in kort geding werd afgewezen.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak van duidelijke facturatie en het belang van nader onderzoek in een bodemprocedure bij geschillen over beëindiging van opdrachten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van resterende uren na beëindiging van de opdracht wordt afgewezen.