Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van de documenten die eiser heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn asielrelaas, overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft de volgende documenten overgelegd: een proces-verbaal van aangifte van 12 februari 2012, een verklaring van de politie kapitein aan de onderzoeksrechter van 12 februari 2012, een getuigenverklaring van 12 februari 2012, twee verzoeken aan de onderzoeksrechter van 13 februari 2012 en een verklaring van de Iraakse ambassade in Den Haag van 17 februari 2015 dat voornoemde documenten niet gelegaliseerd kunnen worden. De Koninklijke Marechaussee (KMar) heeft in een verklaring van onderzoek van 7 oktober 2014 geconcludeerd geen uitspraak te kunnen doen over de echtheid, opmaak, afgifte en inhoud van de documenten wegens het ontbreken van vergelijkingsmateriaal. Eiser heeft in beroep gesteld dat hij heeft getracht een deskundige te vinden die de echtheid van de documenten kan onderzoeken, maar dat hij deze niet heeft kunnen vinden. Verweerder had hem dan ook het voordeel van de twijfel moeten gunnen, conform artikel 31, zesde lid, van de Vw. Subsidiair verzoekt eiser de rechtbank een deskundige te benoemen.
Omdat verweerder zijn standpunt niet slechts gebaseerd heeft op het documentenonderzoek van de KMar, maar een inhoudelijk standpunt over de documenten heeft ingenomen, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om een deskundige te benoemen om de echtheid van de documenten vast te stellen.