Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2017 in de zaken tussen
[minderjarig kind],
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de weigering van hun asielaanvragen door verweerder, die stelde dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat overdracht zonder individuele garanties voor opvang in een SPRAR-locatie een schending van artikel 3 EVRM Pro betekent, verwijzend naar het Tarakhel-arrest en een recent DRC/SRC-rapport.
De rechtbank oordeelt dat het DRC/SRC-rapport concrete voorbeelden geeft van gezinnen die bij aankomst in Italië geen adequate opvang kregen, wat twijfel zaait aan de garanties van de Italiaanse autoriteiten en de eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Verweerder is er niet in geslaagd deze twijfel weg te nemen.
De rechtbank concludeert dat het risico bestaat dat eisers en hun minderjarige kind in een situatie terechtkomen die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Daarom worden de bestreden besluiten vernietigd en wordt verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de asielaanvragen wegens onvoldoende garanties voor adequate opvang in Italië.