ECLI:NL:RBDHA:2017:3564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, mede op basis van een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waarin werd geconcludeerd dat de toetreding van eiser geen wezenlijk Nederlands belang dient en negatieve effecten heeft op de markteconomie en werkgelegenheid.
Eiser voerde aan dat het toetsingskader van verweerder in strijd is met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij het Associatieverdrag EEG-Turkije en dat het RVO-advies onzorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat het criterium van wezenlijk Nederlands belang niet zwaarder is dan afgesproken en dat het RVO-advies als deskundigenadvies zorgvuldig en inzichtelijk is, zonder concrete aanwijzingen voor onjuistheid.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser geen wezenlijk Nederlands belang dient en dat de aanvraag terecht is afgewezen. De rechtbank ging niet in op de vraag naar de economische levensvatbaarheid van de onderneming omdat dat niet meer relevant was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.