Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de vrouw] ,
Procesverloop
Overwegingen
(AWB 16/22416 en AWB 16/25522).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, verzocht om bevestiging van rechtmatig verblijf als familielid van een EU-burger, referent met Portugese nationaliteit. Na eerdere afwijzing wegens een schijnrelatie, diende zij een nieuwe aanvraag in met het argument dat zij inmiddels met de referent was getrouwd. Verweerder wees de aanvraag af omdat het huwelijk geen rechtens relevant nieuw feit vormde en onvoldoende bewijs werd geleverd dat het huwelijk oprecht was.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk wel een rechtens relevant novum is, omdat het een ander toetsingskader oplevert dan een ongehuwde relatie. Echter, eiseres slaagde er niet in met objectieve stukken aan te tonen dat het huwelijk geen schijnhuwelijk is. Overgelegde documenten zoals de huwelijksakte, foto's en bankafschriften boden onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.
De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe en passeerde het motiveringsgebrek in het besluit, omdat nader onderzoek door verweerder niet verplicht was gezien het gebrek aan objectieve onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een oprecht huwelijk en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.