ECLI:NL:RBDHA:2017:4152
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel en intrekking verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, heeft langdurig in Nederland verbleven en verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning van verblijf bij partner naar niet-tijdelijk humanitair verblijf. Verweerder wees deze aanvraag af en trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen inburgeringsdiploma heeft overlegd, geen verklaring niet leerbaar heeft, en geen bijzondere individuele omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die vrijstelling rechtvaardigen. De ontheffing die de gemeente verleende geldt niet voor het vreemdelingenrechtelijke kader, waarvoor de minister verantwoordelijk is.
Eiseres voerde aan dat haar langdurig verblijf, familiebanden en medische omstandigheden vrijstelling rechtvaardigen, maar deze zijn onvoldoende onderbouwd en niet uitzonderlijk. De rechtbank stelt dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro door verweerder correct is gemaakt, waarbij het belang van de staat prevaleert boven het familieleven van eiseres.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij het gezins- en privéleven niet buiten Nederland kan voortzetten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.