ECLI:NL:RVS:2017:2119
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over integratievoorwaarden bij autonome verblijfstitel na gezinshereniging
Vreemdeling K, houder van een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenoot, vroeg om wijziging van deze vergunning in een autonome verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na vijf jaar rechtmatig verblijf. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat K het inburgeringsexamen niet had behaald, en trok haar eerdere verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in wegens adreswijziging en echtscheiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van K ongegrond, waarna K hoger beroep instelde. Tijdens het hoger beroep verleende de staatssecretaris alsnog een autonome verblijfsvergunning, maar met terugwerkende intrekking van de eerdere vergunning ontstond een onderbreking in het rechtmatig verblijf, wat gevolgen heeft voor toekomstige verblijfsaanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de vraag of het nationale vereiste van het behalen van het inburgeringsexamen verenigbaar is met artikel 15 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn, dat het recht op een autonome verblijfstitel na vijf jaar regelt. De Afdeling acht deze vraag relevant vanwege de onduidelijkheid over de reikwijdte van integratievoorwaarden bij het verkrijgen van een autonome verblijfstitel.
De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet. De Afdeling benadrukt dat het doel van de richtlijn integratie bevordert, maar dat het stellen van integratievoorwaarden mogelijk de verkrijging van de autonome verblijfstitel kan belemmeren, hetgeen nader door het Hof moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en het Hof van Justitie wordt verzocht prejudiciële uitspraak te doen over de integratievoorwaarden bij autonome verblijfstitels.