ECLI:NL:RBDHA:2017:4160
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Helmand wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Afghaan van Hazara afkomst uit de provincie Helmand, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden als chauffeur bij een Afghaans bedrijf problemen had gekregen met de Taliban, wat hem noopte Afghanistan te verlaten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser zijn verhaal niet met documenten kon onderbouwen en zijn verklaringen tegenstrijdig en ongeloofwaardig waren. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk als chauffeur werkte en dat hij reëel gevaar liep vanwege zijn Hazara afkomst.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in de beoordeling dat Hazara in Helmand geen reëel risico lopen op vervolging of onmenselijke behandeling volgens recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs van een reëel risico.