ECLI:NL:RBDHA:2017:4519
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Italië
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 13 februari 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde vast dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, omdat eiser daar al in juni 2014 een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Italië stemde in met het terugnameverzoek.
Eiser voerde aan dat de opvang- en asielprocedure in Italië ernstige tekortkomingen vertoont, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt en hij een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Hij ondersteunde dit met verschillende rapporten van onder meer Artsen zonder Grenzen en Human Rights Watch.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië bevestigen ondanks bestaande tekortkomingen.
De rechtbank concludeerde dat de aangevoerde rapporten geen wezenlijk ander beeld schetsen dan eerder beoordeelde rechtspraak en dat de situatie in Italië geen zodanige verslechtering vertoont dat overdracht aan Italië verboden is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.