In deze zaak verzoekt een natuurlijke persoon, hierna verzoeker, de rechtbank om toewijzing van twee octrooien die als onderpand zijn verpand, aan hem toe te kennen. De octrooien zijn verpand aan meerdere partijen, waaronder verzoeker, VA Banque en MCM Holding. Verzoeker stelt dat zijn lening opeisbaar is en dat Ceraglass, de schuldenaar, niet tot betaling overgaat ondanks winstgevende exploitatie van de octrooien.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een gezamenlijk pandrecht tussen verzoeker en VA Banque, zodat verzoeker zelfstandig het pandrecht kan uitoefenen. De waarde van de octrooien wordt vastgesteld op € 80.000,-, gebaseerd op een openbare veiling. De rechtbank wijst het verzoek toe om de octrooien aan verzoeker toe te wijzen tegen deze waarde, vermindering van zijn vordering, en legt Ceraglass op mee te werken aan de tenaamstelling.
Daarnaast wordt VA Banque bevolen haar pandrecht twaalf maanden op te schorten om verzoeker de exploitatie van de octrooien mogelijk te maken. MCM Holding wordt verplicht haar pandrechtregistratie ongedaan te maken wegens contractuele verboden. De rechtbank veroordeelt Ceraglass, VA Banque en MCM Holding in de proceskosten en legt dwangsommen op bij niet-naleving van de bevelen.