Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van
[naam] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Het procesverloop
De beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een moeder met meerderjarige en minderjarige kinderen uit Herat, Afghanistan, kregen eerder verblijfsvergunningen als alleenstaande vrouwen toegekend. Na aankomst van de echtgenoot/vader in Nederland trok de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de vergunningen in, omdat de huwelijks- en gezinsband niet langer verbroken zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is wat betreft het vervallen van de grond voor verlening vanwege het gezinsverband. De medische beperkingen van de echtgenoot zijn onvoldoende onderbouwd om hem ongeschikt te achten als beschermer. Wel oordeelt de rechtbank dat de IND onvoldoende heeft gemotiveerd dat de meerderjarige dochter geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege haar westerse levensstijl in Herat.
De rechtbank stelt dat een westerse levensstijl, zoals het niet dragen van een boerka, zelfstandig over straat gaan en het volgen van onderwijs, onder de vervolgingsgronden godsdienst en politieke overtuiging valt. De IND mag niet verlangen dat de dochter zich aanpast aan de Afghaanse normen om vervolging te voorkomen. De besluiten worden vernietigd wegens strijd met de Awb en onvoldoende motivering. Verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten van verblijfsvergunningen asiel wegens onvoldoende motivering en onjuiste beoordeling van vervolgingsgrond westerse levensstijl.