ECLI:NL:RBDHA:2017:4888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens wangedrag door betrokkenheid bij harddrugs en verlies vertrouwen integriteit
Eiser, militair bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), nadat hij werd verdacht van het drogeren van een vrouw met MDMA en het voorhanden hebben van drugs in zijn auto. Hoewel hij in de strafzaak werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs, achtte de bestuursrechter het aannemelijk dat eiser zich heeft ingelaten met harddrugs.
De zaak spitste zich toe op het incident waarbij eiser een vrouw (Lizzy) in haar ouderlijk huis zou hebben gedrogeerd met MDMA in haar thee, waarna zij onwel werd. De rechtbank vond de verklaringen van Lizzy en het onderzoek naar MDMA-residuen in haar bloed, urine en theepot overtuigend. Daarnaast werden in de auto van eiser gripzakjes met MDMA aangetroffen, waarvan hij hoofdgebruiker was.
Verweerder stelde dat het samenstel van eisers verklaringen ongeloofwaardig was en dat het vertrouwen in zijn integriteit als militair was verloren. Eiser voerde aan dat het onderzoek onvolledig was en dat het ontslag onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat het ontslag gerechtvaardigd was, mede vanwege het strenge drugsbeleid binnen de KMar en de hogere integriteitseisen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare gevallen niet gelijkwaardig waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het beroep van de militair tegen zijn ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit blijft in stand.