ECLI:NL:RBDHA:2017:5047
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen wegens verliescorrectie beleggingen in IB/PVV 2011-2013
Eiser diende voor de jaren 2011, 2012 en 2013 aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) in waarbij verliezen uit onderneming werden opgegeven. Verweerder legde aanslagen op conform deze aangiften. Later bleek uit onderzoek naar de aangifte 2014 dat de verliezen deels betrekking hadden op beleggingen, waarop navorderingsaanslagen werden opgelegd voor de jaren 2011-2013.
De rechtbank oordeelt dat deze latere ontdekking als een nieuw feit geldt in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelasting (Awr). Verweerder hoefde niet eerder te twijfelen aan de juistheid van de aangiften en was niet verplicht nader onderzoek te doen. Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel wordt verworpen, omdat geen beschermd vertrouwen bestaat bij het conform aangifte opleggen van aanslagen.
De navorderingsaanslagen en de daarbij behorende heffings- en belastingrente zijn terecht opgelegd. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Lips op 4 mei 2017.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2011-2013 zijn terecht opgelegd en de beroepen worden ongegrond verklaard.