ECLI:NL:RBDHA:2017:5114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielverzoek op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 7 maart 2017 een asielverzoek in. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam dit verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De Italiaanse autoriteiten stemden in met de overdracht.
Eiser voerde aan dat hij risico loopt op indirect refoulement vanwege de actieve Black-Axe beweging in Italië, die ook zijn familie in Nigeria heeft getroffen. Hij stelde dat de overdracht aan Italië een onevenredige hardheid zou zijn op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het Italiaanse asiel- en opvangsysteem ernstige tekortkomingen vertoont. De aangevoerde krantenartikelen betroffen de Black-Axe beweging maar niet de asielprocedure of opvang in Italië.
Verder concludeerde de rechtbank dat de bijzondere omstandigheden van eiser niet leiden tot een onevenredige hardheid bij overdracht. Er was geen bewijs van risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Italië. Eiser kon zich bij problemen tot Italiaanse autoriteiten wenden en had geen aangifte gedaan van bedreigingen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.