ECLI:NL:RBDHA:2017:5381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bekering en verslavingsverhaal
Eiser, een Iraanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van zijn bekering tot het christendom en zijn problematische achtergrond met verslaving. Hij stelde dat hij vanwege zijn geloof en verslaving niet veilig kon terugkeren naar Iran. De staatssecretaris wees het verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en het verslavingsverhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn verslaving aan crystal meth niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat hij dit niet met documenten ondersteunde en zijn verklaringen over de fysieke effecten ongeloofwaardig waren. Ook achtte de rechtbank de bekering niet geloofwaardig, omdat eiser geen gedetailleerde kennis kon geven over het christendom en wisselende verklaringen gaf over zijn kerkbezoek en de invloed van zijn vriend die hem evangeliseerde.
Daarnaast vond de rechtbank dat de geloofsactiviteiten in Nederland onvoldoende bewijs vormden voor een diepgewortelde overtuiging. Het argument dat de moeder van eiser wel een verblijfsvergunning had gekregen, was niet doorslaggevend. Ook het risico bij terugkeer wegens het ontbreken van een paspoort en een tatoeage werd niet aannemelijk geacht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn bekering en verslavingsverhaal.