Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
dewoningen aan de Cornelis van der Lijnstraat (nrs. [huisnummer 4] , [huisnummer 5] en [huisnummer 6] ) geheel of gedeeltelijk zijn verbrand en daarvan gemeen gevaar voor die woningen en die inboedels voornoemd en levensgevaar voor de bewoners van die woningen voornoemd, te duchten was.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
- een psychiatrisch Pro Justitia rapport, opgesteld op 6 maart 2017 door drs. B.E.A. van der Hoorn, psychiater en drs. C. van Gemert, psychiater i.o.;
- een psychologisch Pro Justitia rapport, opgesteld op 6 maart 2017 door drs. M.H. Keppel, GZ-, kinder- en jeugdpsycholoog met assistentie van drs. S.L. Zichterman, forensisch psycholoog.
6.Motivering op te leggen maatregel
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , dient te worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en omdat deze benadeelde partij, ten aanzien van de materiële schadeposten, geen rekening heeft gehouden met afschrijvingskosten;
- de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , dienen te worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] dient te worden afgewezen, nu de materiële schadeposten en immateriële schadepost onvoldoende zijn onderbouwd en de behandeling van de materiële schadeposten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor toewijzing vatbaar is, ten aanzien van de materiële schadeposten en dient te worden afgewezen ten aanzien van de immateriële schade;
- de verdediging zich refereert aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] en de door de benadeelde partij [slachtoffer 8] gevorderde immateriële schade;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor het overige dient te worden afgewezen, nu de overige (materiële) schadeposten, onvoldoende zijn onderbouwd en de behandeling van deze schadeposten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] dient te worden afgewezen, nu de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat door de benadeelde partij slechts een begroting is gemaakt van de door haar geleden schade en onduidelijk is wat de definitieve schade zal zijn.
8.De schadevergoedingsmaatregelen
9.De inbeslaggenomen goederen
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
1 (één) jaar;
- 1.00 STK Pet (1);
- 1.00 STK Broek (2);
- 2.00 PR Schoenen sport (3);
- 1.00 STK Jas (4).