ECLI:NL:HR:2007:AZ8788
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkrachtverweer bij oplegging schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontbreken van draagkracht van de verdachte een reden kan zijn om af te zien van het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was door het hof veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 10.000 aan de benadeelde partij, met een vervangende hechtenis van 200 dagen bij niet-betaling.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij niet in staat was deze schadevergoeding te betalen vanwege zijn financiële situatie, waaronder schulden en een WAO-uitkering op bijstandsniveau. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de draagkracht bij de bepaling van de hoogte van de maatregel geen rol speelt en dat het doel van de maatregel is om de verdachte te stimuleren tot betaling, niet om leed toe te voegen.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, maar erkende dat het ontbreken van draagkracht onder omstandigheden een reden kan zijn om af te zien van het opleggen van de maatregel. In dit geval vond de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verdachte in de toekomst voldoende verdiencapaciteit zou kunnen bereiken niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. De schadevergoedingsmaatregel werd gehandhaafd met de daarbij behorende vervangende hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel van € 10.000 met vervangende hechtenis van 200 dagen.