ECLI:NL:RBDHA:2017:5843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit vaststelling arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering
Eiser, voormalig afdelingsmanager, meldde zich in mei 2014 ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een aanvraag in februari 2016 voor een WIA-uitkering, kende het UWV hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 66,20%, later aangepast naar 65-80%. Na bezwaar stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 65,02%.
Eiser betwistte deze vaststelling met het argument dat hij door PTSS en bijbehorende klachten volledig arbeidsongeschikt zou zijn, en dat de beoordeling van zijn persoonlijk en sociaal functioneren onjuist was. Hij overhandigde onder meer een brief van zijn broer en algemene informatie van PsyQ.
De verzekeringsartsen onderzochten eiser en stelden beperkingen vast, vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde deze beoordeling na aanvullend onderzoek en dossierstudie. De arbeidsdeskundige duidde meerdere passende functies voor eiser, waaruit een verlies aan verdiencapaciteit van 65,02% volgt.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat eiser onvoldoende medische gegevens had overgelegd om deze te betwisten. De functies waren passend en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over zijn arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard.