ECLI:NL:RBDHA:2017:6146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening; Italië verantwoordelijk, niet Duitsland
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder in Duitsland en Italië bescherming had gezocht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat Duitsland als eerste lidstaat verantwoordelijk zou moeten zijn vanwege zijn eerdere verblijf en asielstatus daar.
De rechtbank overwoog dat Italië stilzwijgend en later schriftelijk akkoord is gegaan met terugname van eiser en dat Duitsland niet tijdig om terugname heeft verzocht. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom Italië verantwoordelijk is en dat er geen sprake is van onmenselijke behandeling in Italië die overdracht zou verhinderen.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet als kwetsbare persoon kan worden aangemerkt die speciale opvang nodig heeft. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is.