ECLI:NL:RBDHA:2017:6182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst
Eiser heeft asiel aangevraagd met het verhaal dat hij uit Tunesië afkomstig is en vanwege bedreigingen door familie van een voormalige vriendin het land heeft verlaten. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk kon maken. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd en zijn antwoorden op vragen over Tunesië onjuist en inconsistent waren.
Eiser stelde dat hij geen rust- en voorbereidingstermijn kreeg en dat er geen medisch onderzoek is verricht, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet van toepassing was gezien zijn detentie en strafrechtelijke antecedenten. De rechtbank volgt verweerder in het oordeel dat eiser onvoldoende kennis heeft van basale feiten over Tunesië, wat zijn geloofwaardigheid ondermijnt.
Omdat eiser zijn identiteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, kan het asielrelaas niet inhoudelijk worden beoordeeld. Ook het beroep op Tunesië als onveilig land faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten met een inreisverbod van twee jaar.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en oplegging van een inreisverbod bevestigd.