ECLI:NL:RBDHA:2017:6309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bedreiging samenleving
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, kreeg in 1998 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toegekend. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht tot 15 maart 2014 in op grond van strafrechtelijke veroordelingen en legde een inreisverbod van vijf jaar op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd tevens de intrekking van de vluchtelingenstatus inhoudt, waardoor de Kwalificatierichtlijn van toepassing is. Volgens deze richtlijn moet voor intrekking worden vastgesteld dat de vreemdeling door zijn gedrag een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
Verweerder stelde dat deze beoordeling niet nodig was omdat eiser niet langer als vluchteling moest worden aangemerkt. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten te motiveren dat eiser een dergelijke bedreiging vormt.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.