ECLI:NL:RVS:2016:1550
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel en inreisverbod wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris heeft op 10 oktober 2014 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De rechtbank verklaarde dit besluit op 9 juli 2015 gegrond en vernietigde het, waarna zowel de staatssecretaris als de vreemdeling hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de intrekking van de verblijfsvergunning tevens de intrekking van de vluchtelingenstatus inhoudt, waardoor de Kwalificatierichtlijn van toepassing is. De staatssecretaris heeft onjuist de maatstaf gehanteerd door alleen te kijken naar de veroordeling en niet naar de actuele bedreiging die het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vormt. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom het tijdsverloop sinds de laatste veroordeling niet relevant is.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelt de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende aandacht heeft besteed aan de actualiteit van de bedreiging en de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro, waaronder het gezinsleven met zijn in Duitsland wonende vriendin en kinderen. De belangenafweging is echter wel deugdelijk gemotiveerd in het nadeel van de vreemdeling. De hogere beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel en oplegging van het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.