ECLI:NL:RVS:2018:2458
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering openbare orde
De staatssecretaris trok de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in vanwege zijn criminele veroordelingen en het gevaar voor de openbare orde. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris niet had beoordeeld of de vreemdeling daadwerkelijk een actuele en ernstige bedreiging vormde volgens het Unierechtelijke openbare-ordebegrip.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de intrekking gebaseerd was op het feit dat de vreemdeling geen vluchteling meer zou zijn, zodat het strengere Unierechtelijke criterium niet van toepassing was. De Afdeling oordeelde echter dat de intrekkingsgrond dat de vreemdeling geen vluchteling meer is, niet in het nationale recht is geïmplementeerd voor verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd.
De Afdeling bevestigde dat de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd tevens de intrekking van de vluchtelingenstatus inhoudt, waardoor het Unierechtelijke openbare-ordebegrip van toepassing is. Omdat de staatssecretaris dit niet had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd, faalt het hoger beroep en blijft de uitspraak van de rechtbank in stand.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende motivering van de intrekking.