ECLI:NL:RBDHA:2017:742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. van der Straaten
- Tj. Gerbranda
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Onmogelijkheid om veilig land van herkomst aan te wijzen met uitzondering van bepaalde groepen
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen op grond van de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst, met een uitzondering voor LHBTI’s. De rechtbank onderzocht of de herziene Procedurerichtlijn het mogelijk maakt om een land als veilig aan te merken met een uitzondering voor bepaalde bevolkingsgroepen.
De rechtbank concludeerde dat noch de tekst, noch de toelichting van de herziene Procedurerichtlijn ruimte biedt voor een dergelijke uitzondering. Dit volgt uit de tekst en structuur van de voorganger, Richtlijn 2005/85/EG, en de expliciete schrapping van uitzonderingsmogelijkheden in de herziene richtlijn. De bedoeling van de richtlijn is juist om het regime eenduidiger en eenvoudiger te maken.
Omdat verweerder bij de aanwijzing van Algerije een uitzondering maakte voor LHBTI’s, heeft hij onvoldoende gemotiveerd dat Algerije als geheel voldoet aan de eisen voor een veilig land van herkomst. De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod, maar liet de overige rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aanvraag gegrond was.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak bevestigt dat landen alleen als veilig kunnen worden aangewezen indien dit geldt voor het gehele grondgebied en de gehele bevolking.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wegens onrechtmatige aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst met uitzondering van LHBTI’s.