ECLI:NL:RBDHA:2017:7671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding voor voornaamswijziging wegens ontbreken aantoonbare maatschappelijke hinder
Eiseres diende een aanvraag in voor vergoeding van rechtsbijstand ten behoeve van een voornaamswijziging van een cliënt. Verweerder wees deze aanvraag af omdat rechtsbijstand slechts wordt verleend indien er aantoonbare hinder in het maatschappelijk functioneren bestaat. Eiseres stelde dat het niet aan verweerder is om het zwaarwegend belang van de voornaamswijziging te beoordelen en verwees naar een eerdere civiele uitspraak waarin de naamswijziging werd toegewezen.
De rechtbank oordeelde dat het beleidsuitgangspunt dat er sprake moet zijn van aantoonbare maatschappelijke hinder niet onredelijk is en dat verweerder bevoegd is om te beoordelen of een toevoeging passend is. De civiele beoordeling van het belang van de naamswijziging is anders dan de bestuursrechtelijke beoordeling van de redelijkheid van de kosten in verhouding tot het belang van de zaak.
Verder werd vastgesteld dat eiseres deelneemt aan de High Trust regeling, waarbij toevoegingen automatisch worden verleend en pas bij uitbetaling steekproefsgewijs worden getoetst. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat voorafgaande toetsing plaatsvindt. Omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat de cliënt daadwerkelijk hinder ondervindt, en vergelijkbare zaken niet nader werden toegelicht, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook een proceskostenveroordeling af en bevestigde dat alleen bij aantoonbare maatschappelijke hinder een toevoeging kan worden verstrekt, waarbij de enkele vrees daarvoor onvoldoende is.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding voor de voornaamswijziging is ongegrond verklaard.