ECLI:NL:RBDHA:2017:8536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiseres diende op 15 juni 2017 een asielaanvraag in, maar de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam deze niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Italië had eiseres een Schengenvisum verstrekt en had ingestemd met de terugname.
Eiseres voerde aan dat Italië tekortkomingen heeft in opvangvoorzieningen en dat haar traumatische ervaringen in Zimbabwe vragen om specifieke opvanggaranties, verwijzend naar het Tarakhel-arrest en rapporten van de Danish Refugee Council. Tevens verzocht zij Nederland op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro het verzoek in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelde dat Italië op grond van artikel 12 Dublinverordening Pro verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden. Er zijn geen concrete individuele omstandigheden of voldoende bewijs dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het ongegrond.
De rechtbank merkte op dat de psychische verzorgingsmogelijkheden in Italië vergelijkbaar zijn met Nederland en dat het beroep op het Tarakhel-arrest niet slaagt omdat het hier niet om een gezin met minderjarige kinderen gaat. Ook het argument dat Italië de grote aantallen asielverzoeken niet kan verwerken werd onvoldoende onderbouwd geacht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.