ECLI:NL:RBDHA:2017:874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.J. Adriaansen
- A.P. Hameete
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens vermeend gefingeerd dienstverband niet aannemelijk
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning van eiser, gebaseerd op het vermoeden dat het dienstverband van referente gefingeerd zou zijn. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat een enkel vermoeden onvoldoende is voor intrekking en dat verweerder nader onderzoek moest verrichten.
Verweerder voerde in reactie op de tussenuitspraak aan dat de jaaromzet van het bedrijf waar referente werkzaam was te laag was om het salaris te kunnen betalen en dat er geen bewijs was van uitbetaling van vakantiegeld. Eiser betwistte deze omzetcijfers en overhandigde een hogere omzet en een kasbewijs van vakantiegeldbetaling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar het dienstverband en alleen bevreemdende omstandigheden had benoemd zonder deze aannemelijk te maken. Het vermoeden van een gefingeerd dienstverband bleef daardoor onbewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.