ECLI:NL:RBDHA:2017:9984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herhaalde asielaanvraag wegens onvoldoende nieuwe elementen over vervolging homoseksualiteit in Guinee
Eiser, een Guinese asielzoeker, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat de situatie voor homoseksuelen in Guinee verslechterd zou zijn, waardoor hij vervolging of ernstige discriminatie vreest. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe elementen waren aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken, waaronder die van de Afdeling bestuursrechtspraak en eerdere rechtbankuitspraken, geen nieuwe elementen vormen. De aangevoerde landeninformatie en een interim measure van het EHRM waren onvoldoende om het standpunt van de staatssecretaris te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat de procedure zorgvuldig was verlopen en dat de betrokken ambtenaar gekwalificeerd was.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Guinee vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zal ondervinden vanwege zijn homoseksualiteit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.