ECLI:NL:RBDHA:2018:10625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vrouw wegens ongeloofwaardigheid bekering tot christendom
Eiseres, een Iraanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar bekering tot het christendom en de daardoor ontstane problemen in Iran. Zij stelde dat zij sinds 2008 christen was en daardoor bedreigd werd door haar werkgever, de veiligheidsdienst en haar vader. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van haar verhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende overtuigend had toegelicht waarom en hoe haar bekering had plaatsgevonden en dat haar verklaringen over haar geloofsbeleving en de gevolgen daarvan tegenstrijdig en onlogisch waren. Ook de overgelegde doopakte bood onvoldoende bewijs. Daarnaast waren haar verklaringen over bedreigingen en vertrek uit Iran inconsistent met bekende feiten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning asiel en dat zij geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende aannemelijkheid van het risico.