ECLI:NL:RBDHA:2018:11203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asieltransseksueel uit Cuba wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas
Eiseres, een transseksuele vrouw uit Cuba, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van discriminatie en mishandeling vanwege haar geaardheid. Zij legde een asielrelaas voor waarin zij meldde dat zij sinds haar puberteit problemen ondervond, waaronder mishandeling door politie en discriminatie door medeburgers. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas niet zwaarwegend genoeg werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas geloofwaardig was, maar onvoldoende zwaarwegend om als vluchteling te worden erkend of om een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro aan te tonen. De situatie van LHBT-ers in Cuba is volgens de rechtbank verbeterd, met wettelijke bescherming en mogelijkheden tot geslachtsverandering, ondanks dat discriminatie nog voorkomt.
Eiseres kon niet aantonen dat zij persoonlijk zodanig werd vervolgd dat haar situatie onhoudbaar was, noch dat zij geen bescherming kon zoeken bij autoriteiten. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken wezenlijk verschilden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de Cubaanse transseksuele asielzoekster wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas en onvoldoende aannemelijk gemaakte reëel risico op ernstige schade.