ECLI:NL:RBDHA:2018:1132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra uren gesubsidieerde rechtsbijstand wegens ontbreken feitelijke complexiteit strafzaak
Eiser verzocht om toekenning van maximaal 71 uren gesubsidieerde rechtsbijstand voor een strafzaak betreffende medeplegen poging tot straatroof, inclusief 24 forfaitaire en 47 extra uren. Verweerder wees dit af omdat de zaak niet feitelijk of juridisch complex werd geacht. Eiser stelde dat het omvangrijke dossier en werkzaamheden zoals het beluisteren van tapgesprekken en het bijwonen van zittingen extra uren rechtvaardigden.
De rechtbank overwoog dat het beleid van verweerder, gebaseerd op het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en aanvullende werkinstructies, vereist dat een zaak feitelijk complex moet zijn om extra uren toe te kennen. Dit wordt beoordeeld aan de hand van acht criteria, waarvan minimaal drie moeten gelden. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zaak aan deze criteria voldoet.
De omvang van het dossier in relatie tot de rol van de verdachte, de aard van de tapgesprekken, de proceshouding en het aantal zittingen waren onvoldoende om de zaak als feitelijk complex te kwalificeren. Normale werkzaamheden zoals overleg en pleidooi werden niet als extra complex beschouwd. De rechtbank bevestigde het standpunt van verweerder en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van extra uren gesubsidieerde rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.