ECLI:NL:RVS:2017:950
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand in omvangrijke strafzaak
De zaak betreft het hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een advocaat op extra uren rechtsbijstand gegrond verklaarde. De raad had een verzoek om vergoeding van 46 extra uren afgewezen omdat niet was voldaan aan het criterium van feitelijke complexiteit.
De rechtbank oordeelde dat de forfaitaire 24 uren niet volstonden voor het doornemen van een dossier van circa 6000 pagina’s en dat de zaak daarom feitelijk complex was. De raad stelde echter dat alleen het deel van het dossier dat betrekking had op de verdachte relevant was en dat de verdachte een ondergeschikte rol had, waardoor geen sprake was van feitelijke complexiteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat de zaak bewerkelijk is en dat de raad terecht de feitelijke complexiteit beoordeelde met behulp van een beslisboom. Hoewel het dossier omvangrijk was, was het aandeel van de verdachte beperkt en was er geen sprake van een ontkennende verdachte of grootschalige onderzoeksmaatregelen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt het belang van een objectieve toets aan feitelijke complexiteit en het proportionaliteitsbeginsel bij de toekenning van extra uren rechtsbijstand in strafzaken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van extra uren rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende feitelijke complexiteit.