ECLI:NL:RBDHA:2018:11352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende bewijs huwelijk
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser tot het gezin van referente behoorde. De overgelegde traditionele huwelijksakte kon niet als substantieel bewijs worden geaccepteerd vanwege het ontbreken van officiële stempels en het feit dat de akte slechts was ondertekend door eiser en enkele getuigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet ten onrechte geen aanvullend onderzoek heeft aangeboden, aangezien de huwelijksakte onvoldoende bewijs leverde. Daarnaast waren de verklaringen van referente vaag, tegenstrijdig en bevreemdingwekkend, onder andere over de periode van gescheiden leven en het korte samenwonen.
Eisers voerden aan dat het traditionele huwelijk rechtsgeldig is en verwezen naar deskundigen en eerdere uitspraken, maar de rechtbank volgde dit niet. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van het huwelijk.