ECLI:NL:RBDHA:2018:11782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken Rohingya wegens onvoldoende bewijs herkomst en verblijf
Eisers, behorend tot de Rohingya bevolkingsgroep, vroegen asiel aan met de stelling dat zij oorspronkelijk uit Myanmar komen en langdurig illegaal in de Verenigde Arabische Emiraten hebben gewoond. Zij overlegden documenten ter onderbouwing van hun staatloosheid en herkomst, waaronder verklaringen van belangenorganisaties en familiepapieren.
De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van de gestelde herkomst en het langdurige illegale verblijf. De rechtbank volgde dit standpunt en vond de overgelegde documenten onvoldoende objectief en niet overtuigend. Ook achtte de rechtbank het ongeloofwaardig dat eisers dertig jaar illegaal in de Verenigde Arabische Emiraten konden verblijven zonder meer bewijs.
Daarnaast konden eisers geen gedetailleerde kennis over Myanmar en hun familiegeschiedenis geven, wat de rechtbank als indicatie zag dat zij niet daadwerkelijk uit Myanmar afkomstig zijn. De rechtbank oordeelde dat eisers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van herkomst en verblijf.