Eiseres ontvangt sinds 1997 bijstand en kreeg het recht daarop ingetrokken over de periode van 26 september 2006 tot 28 februari 2017, met terugvordering van €146.982,77. Dit volgde op een onderzoek naar bezit van twee woningen in Suriname, ondergebracht in een stichting waarvan eiseres enig bestuurslid was.
De rechtbank oordeelt dat eiseres als enig bestuurslid redelijkerwijs kon beschikken over het vermogen van de stichting, waaronder het perceel met erfpachtrecht en opstallen in Suriname. Door dit niet te melden heeft zij haar inlichtingenverplichting geschonden, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking en terugvordering van de bijstand.
Eiseres stelde dat het perceel domeingrond betreft en zij er niet over kan beschikken, maar dit werd verworpen. Ook slaagde zij er niet in de taxatiewaarde te betwisten met objectieve gegevens. Verweerder was daarom terecht gehouden het recht op bijstand in te trekken en de teveel betaalde bijstand terug te vorderen.
Verzoek tot matiging van de terugvordering wegens dringende redenen werd afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde niet tot proceskosten.