ECLI:NL:RBDHA:2018:12652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectieve voordeelsverwachting bij verliesgevende onderneming in de filmproductie
Eiser, die naast een dienstbetrekking sinds 2012 een onderneming in tv- en filmproductie exploiteert, behaalde in de jaren 2012 tot en met 2014 uitsluitend negatieve resultaten. Voor het jaar 2014 gaf eiser een verlies uit onderneming aan, maar de Belastingdienst accepteerde dit niet en legde een definitieve aanslag op.
Eiser voerde aan dat de onderneming zich in een opstartfase bevindt, met investeringen die in de toekomst tot winst zullen leiden. Hij verwees naar een contract uit 2018 met een buitenlandse partij en positieve signalen uit de markt, die een objectieve voordeelsverwachting zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat in 2014 redelijkerwijs voordeel kon worden verwacht. De contracten en correspondentie dateren van na 2014 en kunnen niet terugwerkend worden betrokken. Gezien de aanhoudende verliezen tot en met 2017 is geen bron van inkomen aanwezig en wordt het verlies niet geaccepteerd.
De rechtbank wees erop dat bij toekomstige positieve resultaten eiser opnieuw bezwaar kan maken en mogelijk aanspraak kan maken op fiscale regelingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen objectieve voordeelsverwachting is aangetoond.