Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Wit-Russische asielzoekster, diende op 27 mei 2018 een asielaanvraag in bij de Nederlandse autoriteiten. Deze weigerden haar aanvraag in behandeling te nemen omdat Litouwen verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede omdat Litouwen haar eerder een Schengenvisum had verleend.
Eiseres voerde aan dat Litouwen haar internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer vanwege risico's op indirect refoulement en discriminatie als Roma. Zij stelde dat de Nederlandse overheid aanvullende garanties had moeten vragen en dat bijzondere individuele omstandigheden een inhoudelijke behandeling rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat Litouwen verantwoordelijk is en dat de Nederlandse overheid discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken, maar dat eiseres onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om deze bevoegdheid te activeren. De rechtbank vond de aangevoerde rapporten en informatie onvoldoende om te concluderen dat Litouwen zijn verplichtingen niet nakomt of dat overdracht een onevenredige hardheid vormt.
Ook werd geoordeeld dat eiseres geen reëel risico loopt op indirect refoulement en dat zij aanspraak maakt op medische zorg in Litouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Litouwen wordt ongegrond verklaard.