ECLI:NL:RBDHA:2018:13365
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Litouwen
Eiseres, een Wit-Russische asielzoekster, diende op 27 mei 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen verantwoordelijk was voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, mede omdat eiseres een Schengenvisum van Litouwen had gekregen.
Eiseres voerde aan dat Litouwen haar internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer door systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, risico op indirect refoulement en discriminatie vanwege haar afkomst en gezondheidstoestand. Zij stelde dat de Nederlandse overheid aanvullende garanties had moeten vragen aan Litouwen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete feiten had aangevoerd die aantonen dat Litouwen zijn verplichtingen niet nakomt of dat overdracht een onevenredige hardheid oplevert. De aangehaalde rapporten en algemene informatie over capaciteitsproblemen en beperkte rechtsbijstand waren onvoldoende om de stelling te onderbouwen. Ook het beroep op het Tarakhel-arrest faalde omdat geen recente medische onderbouwing was geleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tevens werd geoordeeld dat eiseres in Litouwen effectieve rechtsbescherming heeft en aanspraak maakt op medisch noodzakelijke zorg. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier W.H. Mentink op 8 november 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.