ECLI:NL:RBDHA:2018:13384
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens status in Griekenland en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 10 september 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder in Griekenland een asielaanvraag had gedaan en daar op 22 mei 2017 internationale bescherming was verleend. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser als statushouder een zodanige band met Griekenland heeft dat het redelijk is daarheen terug te keren.
De rechtbank overwoog dat de situatie in Griekenland voor statushouders moeilijk is, maar niet zodanig dat zij zonder meer het risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro. Statushouders hebben toegang tot arbeidsmarkt, gezondheidszorg en onderwijs, en de Griekse overheid onderneemt inspanningen om problemen te verhelpen. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat hij zich tot de Griekse autoriteiten had gewend of dat zijn situatie zodanig was dat terugkeer onredelijk was.
De stelling van eiser dat zijn verblijfsvergunning in Griekenland was ingetrokken, werd niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Griekenland.