Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 januari 2018;
- de akte overlegging producties van de zijde van Achmea;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 28 maart 2018 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 26 juli 2018, en de daarin genoemde
- de akte overlegging producties van Achmea van 29 augustus 2018;
- de antwoord-akte van de Staat van 26 september 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Geen rechtsgeldige cessie?
€ 43.930,46 aan buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komt.
€ 3.946 aan griffierecht en € 3.414 aan salaris advocaat (2 punten à € 1.707 volgens tarief V). De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116).