ECLI:NL:RBDHA:2018:13783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet aangetoonde identiteit in nareisprocedure
Eiser, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, namens hem aangevraagd door zijn vermeende biologische ouder. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van officiële documenten die de identiteit en gezinsband aantonen. Eiser stelde bewijsnood en overhandigde indicatief bewijs, waaronder een verklaring van de UNHCR en een schoolrapport.
De rechtbank overwoog dat het nieuwe beoordelingskader van verweerder sinds november 2017 ook indicatief bewijs accepteert, maar eisers bewijs onvoldoende was. Het ontbreken van officiële documenten werd niet aannemelijk gemaakt, mede gelet op de informatie dat registratie van geboorten in Eritrea verplicht is en de moeder van eiser nog in leven zou zijn. Het schoolrapport en de UNHCR-verklaring boden geen substantieel indicatief bewijs.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht geen bewijsnood aannam en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het beroep op voorhand kansloos was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit.