ECLI:NL:RBDHA:2018:13928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van rechtmatig verblijvende Dublinclaimant wegens onjuiste toepassing artikel 54 Vreemdelingenwet
Eiser, een rechtmatig verblijvende Dublinclaimant, werd op grond van artikel 54 lid 1 sub b van Pro de Vreemdelingenwet (Vw) opgeroepen om in persoon te verschijnen en vervolgens in bewaring gesteld. De rechtbank stelt vast dat artikel 54 Vw Pro niet bedoeld is om vreemdelingen onder de macht van uitzettingsbevoegde autoriteiten te brengen en te houden; deze bevoegdheid is exclusief geregeld in artikel 50 Vw Pro.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat staandehouding en ophouding niet toepasbaar zijn op rechtmatig verblijvende Dublinclaimanten. De werkwijze van verweerder om via artikel 54 Vw Pro een maatregel van bewaring te effectueren, creëert een de facto staandehouding zonder de vereiste wettelijke grondslag.
De rechtbank concludeert dat deze handelwijze onrechtmatig is en beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 22 november 2018. Tevens kent zij een schadevergoeding toe voor de periode van onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.