ECLI:NL:RVS:2016:2992
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige vreemdelingenbewaring en staandehouding
De vreemdelingen werden op 30 juni 2016 staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens een vermoedelijk illegaal verblijf en het niet meewerken aan overdracht naar Italië volgens de Dublinverordening. De rechtbank had geoordeeld dat de staandehouding en bewaring onrechtmatig waren vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de staandehouding en ophouding noodzakelijk waren voor overdracht en dat de bewaring rechtmatig was. De Afdeling oordeelde dat artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet van toepassing was zonder redelijk vermoeden van illegaal verblijf en dat de staandehouding en ophouding niet konden worden gerechtvaardigd op grond van artikel 6.1f Vreemdelingenbesluit 2000.
Wel was de bewaring zelf gerechtvaardigd vanwege het significant risico op onttrekking aan toezicht, gelet op het niet meewerken aan overdracht en onvoldoende middelen van bestaan. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de beroepen ongegrond en wees de schadevergoedingsverzoeken af.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.